Bij de uitgifte van omroepfrequenties gelden beleidsmatige uitgangspunten die berus-ten op economische en mediapolitieke overwegingen. Deze beleidsmatige uitgangs-punten zijn vastgelegd in het Kabinetsstandpunt herverdeling van radio-omroepfrequenties van 19 mei 2000. Dit kabinetsstandpunt, dat in juni 2000 door de TK is aanvaard vormt het beleidsmatige kader voor de nadere uitvoering die nu aan het zero base project wordt gegeven.
De belangrijkste uitgangspunten zijn:
** er worden 8 FM-pakketten voor landelijke commerciële omroep uitgegeven.
** één van die 8 pakketten, namelijk een pakket met 70 - 75% dekking, wordt gereserveerd voor nieuwsradio.
** alle overige commerciële FM-frequenties zijn bestemd voor niet-landelijke commer-ciële FM omroep. Partijen kunnen maximaal een zodanig aantal frequenties ver-krijgen dat zij daarmee een demografische dekking van maximaal 30% dan wel 4 provincies verkrijgen.
** partijen mogen maximaal twee landelijke FM-pakketten verwerven, mits de pro-grammering van het ene pakket inhoudelijk verschilt van de programmering van het andere pakket..
** partijen mogen niet gelijktijdig een landelijk FM pakket en één of meerdere niet-landelijke FM frequentie verwerven.
** er dient een scheiding te zijn tussen frequenties voor landelijke FM en niet-landelijke FM-omroep. Aan de niet-landelijke FM-omroep wordt een programma-voorschrift verbonden.
** partijen mogen alleen zowel een AM-frequentie als een FM-frequentie verwerven als zij daarop een verschillend programma uitzenden, tenzij er geen te grote over-lap plaatsvindt.
** partijen mogen verschillende AM-frequenties verwerven. Indien deze elkaar te veel overlappen in bereik, dan moeten daarop verschillende programma’s worden uit-gezonden.
** als verdelingsinstrument voor de frequenties voor commerciële omroep is gekozen voor een simultane meerronden veiling.
|